Onderzoek of het mogelijk is dat in een populatie agents via evolutie een steeds grotere articulatorische ruimte ontwikkelt. Hier zou een genetisch algoritme gebruikt moeten worden, waarbij agents verschillende articulatorische vermogens kunnen hebben. De agents moeten communiceren elkaar, in ruizige omstandigheden, en hun fitheid hangt af van het succes van de communicatie (Nowak et al., 1999; Zuidema & De Boer, 2005). Er zijn twee tegenstrijdige factoren: enerzijds moeten de agents zoveel mogelijk op elkaar lijken, anderzijds is het gunstig om een zo groot mogelijke articulatorische ruimte te hebben. Wat gebeurt er als alle agents klein beginnen? En wat gebeurt er als een grotere articulatorische ruimte leidt tot een iets verminderde fitness (bijvoorbeeld omdat de agents kunnen stikken in hun voedsel)?
Week 14: (dat was dus deze week) Opdrachten bespreken & groepen maken
Week 15: Werkplan inleveren + College over wetenschappelijke verslagen maken
Week 16: Presentatie werkplan + 1e resultaten (10 min presentatie + 5 min discussie)
Week 17: Geen bijeenkomst
Week 18: Geen bijeenkomst (volgens mij ook vrije dag)
Week 19: 1e draft verslag inleveren, op bijeenkomst elkaars verslagen lezen en becommentarieren
Week 20: Presentaties (20 min presentatie + 10 min discussie)
Week 21: Presentaties (dit is in de leerweek)
Week 22: Maandag (van tentamenweek): Deadline paper
15: literatuur onderzoek (Nowak et al., 1999; Zuidema & De Boer, 2005)
16: literatuur onderzoek + opzet model + implementatie
17: implementatie + eerste experimenten
18: hoofd experimenten + eerste resultaten + begin verslag
19: resultaten visualiseren + literatuur vergelijking + verslag schrijven
20: presentatie voorbereiden + verslag schrijven
21: afronden verslag